Recreatie en toerisme


De schoonheid en de rust van het waddengebied lokken jaarlijks duizenden toeristen en vakantiegangers. Door hun massale aanwezigheid bedreigen de recreanten wat nou juist het meest aantrekkelijke is aan de wadden. In het belang van de natuur, maar ook in het belang van de recreanten en de bewoners van het waddengebied, zijn er regels nodig die ervoor zorgen dat ook in de toekomst recreatie mogelijk blijft. De term daarvoor is 'duurzaam recreatief medegebruik'. Mensen komen naar de wadden om er te varen, te vissen of wadlooptochten te maken.

Beheersplan_foto12
Foto vogelspotters

Op de eilanden wordt gewandeld en gefietst. De natuur is op dit moment nog niet echt door de recreatie verstoord en dat moet zo blijven. Daarvoor is de vrijwillige medewerking van de recreanten nodig. De overheid geeft daarom samen met de recreatieorganisaties veel informatie en voorlichting. Ze werkt ook aan een gedragscode, zodat recreanten de natuur en het milieu van de wadden zullen ontzien.

Beheersplan_img9
Kaart recreatiegebieden

Drie recreatiegebieden

De komst van de vele toeristen naar het waddengebied hoeft geen problemen op te leveren, als de recreatiedruk maar goed wordt gespreid. Het gebied is daarom in drie delen opgesplitst, elk met eigen kenmerken. De drie deelgebieden zijn: de westelijke Waddenzee, het middengebied en de oostelijke Waddenzee. De westelijke Waddenzee loopt van Den Helder tot het Terschellinger Wantij. Er zijn weinig droogvallende platen en veel bebakende vaargeulen. De watersport kan hier nog wat verder worden ontwikkeld. Het Friese en Groninger wad vormen het middengebied. Hier ligt een groot areaal aan droogvallende platen en er zijn meerdere wantijen met oost-west vaarroutes. De natuur van dit gebied is kwetsbaar. Hier kan geen uitbreiding van de recreatie worden toegelaten. Het Eems-Dollardgebied vormt de oostelijke Waddenzee. Het heeft het karakter van een estuarium. Naast een groot en diep vaarwater zijn er een paar grote platen (Hond/Paap en Dollard). In de vaargebieden kan de recreatie nog groeien.

Zonering van recreatiegebieden

De drie recreatiegebieden van de Waddenzee zijn op hun beurt onderverdeeld in zones. In sommige zones is wel recreatie mogelijk zonder effecten op de natuur, in andere minder of helemaal niet. Gebieden die gevoelig zijn voor verstoring zijn in de regel moeilijk bereikbaar voor recreanten. De zones met recreatief medegebruik liggen langs de kust en de hoofdvaargeulen. Hier zijn voorzieningen voor de recreatie zoals strandjes, trailerhellingen en ligplaatsen voor passanten. De zones met beperkt recreatief medegebruik zijn belangrijke natuurgebieden, die bij laag water droogvallen. Vogels foerageren er. Er mogen geen trailerhellingen worden aangelegd en naar uitbreiding van passantenligplaatsen wordt kritisch gekeken. De afgesloten gebieden vormen de zones met geen of nauwelijks recreatief medegebruik. Het zijn hoogwatervluchtplaatsen, rustgebieden voor zeehonden, broedkolonies etcetera. Als ze al open zijn voor recreanten is het slechts tijdelijk. Ieder jaar wordt bekeken of het vanwege natuurbelangen nodig is de zonering aan te passen.

Verboden recreatie

Sommige vormen van recreatie zijn verboden in het waddengebied. Voor andere is een ontheffing nodig. Verboden is het gebruik van draagvleugelboten, luchtkussenvaartuigen, waterscooters, jetski's en andere lawaaiige vaartuigen. Ook waterskiën is niet toegestaan, evenmin als crossen, vliegeren, zeilvliegen, sportvliegen, vliegen met ULV's en varen in een luchtbalon. De grote watersport, het wadlopen en andere recreatievormen zijn aan regels gebonden, zodat ze niet onbeperkt kunnen groeien.

Recreatieonderzoek Kustwateren

In 1993 zijn het Rijk en de betrokken provincies begonnen met een grootscheeps onderzoek naar de recreatie in de Nederlandse kustwateren (ROK). Dankzij het onderzoek weten we nu meer over de groei van de recreatie en waar deze zich vooral afspeelt. Aan recreanten is gevraagd waarom zij de kustwateren bezoeken en wat ze daar doen. De sociaal-economische betekenis van de waterrecreatie is in kaart gebracht en de effecten op de natuur zijn onderzocht. Al deze deelonderzoeken leverden een schat van gegevens op. Op basis daarvan zal het beleid ten aanzien van de recreatie en de relatie met de natuur worden verbeterd. De waddenprovincies doen hiervoor nieuwe voorstellen in de periode tot 1999.

Beheersplan_foto13
Foto historisch schip

Grote watersport

Voor de grote watersport bestaat een gedragscode. De opvarenden moeten zich houden aan de zonering, die aangeeft in welke gebieden wel en niet gevaren mag worden. De jachten mogen niet verder dan tweehonderd meter buiten de vaargeul droogvallen en ze moeten op de afgesproken afstand blijven van zeehonden en vogelkolonies. Over het algemeen houdt men zich goed aan de gedragscode. Als de regels worden overtreden gaat het vaak om bezoekers die voor het eerst in het gebied zijn en die hun weg nog moeten vinden. Een punt van zorg is het 'zeehonden observeren', dat steeds populairder wordt. De omvang van de grote watersport is de afgelopen jaren ongeveer hetzelfde gebleven.

Jachthavens

Steeds meer pleziervaarders ontdekken de Waddenzee als interessant vaargebied. 's Zomers, in de vakantieperiode, zijn de jachthavens overvol. Dan moeten de havenmeester soms nee verkopen aan jachten die te laat arriveren. Het hangt van de weersomstandigheden en de vaardigheid en deskundigheid van de schipper af of het veilig is om dan op de rede te ankeren of droog te vallen. Toch kunnen de bestaande jachthavens niet zomaar worden uitgebreid. Het betreffende bestemmingsplan zou daarvoor moeten veranderen. In het Beheersplan Waddenzee staan punten die belangrijk zijn bij het beoordelen van een uitbreidingsplan. De kust- en eilandbewoners hebben in ieder geval zelf recht op een redelijk aantal vaste ligplaatsen. Buiten de piekperioden moeten ook passanten verzekerd zijn van een ligplaats in een haven. In piekperioden is het aanvaardbaar dat wordt geïmproviseerd. Ook droogvallen of ankeren op de redes is toegestaan. Er moeten in ieder geval voldoende vluchtmogelijkheden zijn voor schepen. In alle havens moeten sanitaire voorzieningen zijn en moet men scheepsafvalstoffen kunnen afgeven. Alleen in het Westelijk Waddenzeegebied en in het Eemsgebied kunnen er nog wat passantenligplaatsen bijkomen. Hoeveel dat er zullen zijn hangt af van het aantal nieuwe vaste ligplaatshouders dat de Waddenzee als voornaamste vaargebied zal kiezen. Als de haven grenst aan zones met beperkt of geen recreatief medegebruik kan uitbreiding van ligplaatsen die zonering onder druk zetten. Heeft de haven ook een functie voor boten die de Noordzee opgaan, dan is dat argument minder belangrijk.

Overbezetting van havens in het hoogseizoen

In het hoogseizoen is overbezetting van de jachthavens aan de Waddenzee een groot knelpunt. Als toervaarders tijdig worden geïnformeerd over de drukte in de havens kan worden voorkomen dat men massaal richting eilanden vaart. De overheid werkt aan een signaleringssysteem. Via een marifoonkanaal krijgen toervaarders dan op gezette tijden informatie over de bezetting van de havens, zodat ze eventueel hun koers nog kunnen wijzigen. Verder wordt gedacht aan het instellen van anker- en droogvalplaatsen in de buurt van de havens. Door een betere scheiding aan te brengen tussen de bruine vloot en de overige pleziervaartuigen kan de ruimte in de havens efficiënter worden benut. De lokale havenbeheerders zullen met voorstellen moeten komen.

Snelle motorboten

In het Binnenvaartpolitiereglement staan regels voor snelle motorboten. Ze zijn vooral bedoeld om de veiligheid te bevorderen. In de betonde vaargeulen tussen de zee en de havens van Den Helder, Lauwersoog en Harlingen en de veerbootroutes van en naar de eilanden mag men zo hard varen als men wil. Overal elders geldt een maximum snelheid van twintig km per uur, behalve voor schepen die aan het patrouilleren zijn of die bezig zijn met reddings- of bergingswerk.

Kanovaren

Het kanovaren op de Waddenzee levert weinig problemen op. Kanoverenigingen organiseren jaarlijks tientallen tochten naar de eilanden en de platen. De tochten lopen langs vaste routes, meestal ver van de hoogwatervluchtplaatsen. Bijna alle zeekanoërs zijn lid van een kanobond. De bonden willen graag meewerken aan een gedragscode voor hun leden.

Surfen

Vanaf een paar opstapplaatsen wordt gesurfd. Eenvoudige voorzieningen zoals parkeerplaatsen, kleedruimtes en droogpalen maken de plaatsen aantrekkelijk voor de surfer. De natuur wordt op deze plekken nauwelijks verstoord. Alleen in een zone van recreatief medegebruik mogen er eventueel surfplaatsen bijkomen. Maar omdat de komende jaren een daling wordt verwacht van het aantal surfers, zal dat waarschijnlijk niet nodig zijn. De meeste surfers blijven dicht onder de kust. Soms vertrekken ze vanaf een drooggevallen of ankerend schip.

Sportvisserij

Nederland telt ongeveer 400.000 sportvissers, die regelmatig (gemiddeld zes tot elf keer per jaar) in zee of in de kustwateren vissen. Sommige vissers blijven veilig aan de vaste wal. Zij vissen vanaf de dijken en strekdammen tussen Den Oever en Harlingen. Vissers die er met een boot op uit trekken, bestrijken het hele gebied. De beste visplaatsen zijn langs de geulen en bij wrakken. Vooral het gebied ten westen van Harlingen is in trek. Grotere boten varen soms de Noordzee op. Sportvissers komen wel eens in de problemen omdat ze zich niet goed aan veiligheidsvoorschriften houden en door plotselinge weersveranderingen worden overvallen. Met zoveel sportvissers zijn regels onvermijdelijk. Sportvissen valt onder de Visserijwetgeving. In natuurgebieden moeten vissers zich aan dezelfde regels houden als de grote watersport. De overheid stelt samen met de Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties en de exploitanten van commerciële boten een gedragscode op.

Wadlopen

De belangstelling voor het wadlopen is erg groot. Het is een aparte belevenis om tijdens laagwater en voor het opkomend tij uit over de wadden te lopen, soms diep wegzakkend in de modderige bodem. Zonder gids is het onverantwoord. De provincies Groningen en Friesland hebben sinds 1983 een wadloopverordening om de veiligheid van de lopers te verzekeren. Organisaties en zelfstandige gidsen moeten aan bepaalde deskundigheidseisen voldoen. Ook reddings- en hulpmiddelen zijn voorgeschreven. In 1996 is de verordening herzien. Om natuur en landschap te beschermen zijn afspraken gemaakt met de wadlooporganisaties. Op drukke dagen worden de routes verdeeld. Aan tochten op basis van een zogenaamde A-vergunning mogen vijftig tot zeventig mensen deelnemen, aan tochten onder leiding van B-gidsen niet meer dan twaalf. Per seizoen doen vijftigduizend wadlopers aan tochten mee. Méér mogen het er volgens de afspraken ook niet zijn.

Wandelen, fietsen en zwemmen

Vrijwel alle bezoekers van de Waddenzee trekken naar de eilanden om er te wandelen of te fietsen. Op Vlieland en Schiermonnikoog zijn auto's voor de niet-eilanders verboden en hebben wandelaars en fietsers het rijk vrijwel alleen. De prachtige stranden bieden volop gelegenheid om te zonnebaden en te zwemmen. Aan de vastelandskant van de Waddenzee zijn enkele kleine stranden voor dagrecreatie. De badstranden van Delfzijl, Termunterzijl, Spijk en Harlingen hebben een rijke historie. Het aanleggen van nieuwe zwemgelegenheden is in principe niet toegestaan.