Oliemorsingen

Het waterdistrict Waddenzee van Rijkswaterstaat Noord-Nederland is als waterkwaliteitsbeheerder verantwoordelijk voor het opsporen en opruimen van olieverontreinigingen op en rond de  Waddenzee, Dollard en samen met het WSA (de Duitse Rijkswaterstaat) op de Eems.
Als de veroorzaker bekend is, wordt deze in staat gesteld de verontreiniging zelf op te ruimen. Is de veroorzaker niet in staat de verontreiniging op te ruimen, dan doet RWS dat op zijn kosten.
Is er geen veroorzaker bekend dan zal RWS indien mogelijk de verontreiniging voor eigen kosten opruimen. Voor het bestrijden van oppervlaktewaterverontreiniging is in de havens rond de Waddenzee en Eems en op alle Waddeneilanden oliebestrijdingsmateriaal aanwezig.

Theoriecursus oliebestrijding Waddenzee

Focus op vogels: Dierenleed zoveel mogelijk beperken

Sea Alarm uit Brussel en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) hebben in opdracht van Rijkswaterstaat een nieuwe cursus ontwikkeld voor olie-incidentbestrijding op de Wadden- en Noordzee. Vlak voor de Corona-maatregelen werd de eerst cursus gehouden op Texel.

Het belang van oefenen, trainen en kennisdelen bij olie-incidenten op zee wordt steeds belangrijker, betoogt cursusleider Hugo Nijkamp van Sea Alarm. ,,Het scheepvaartverkeer neemt toe, maar gelukkig zien we steeds minder incidenten. Dat heeft echter ook een nadeel. Weten we nog hoe we moeten handelen als er toch iets fout gaat?”

Nijkamp wil er mee aangeven hoe belangrijk de nieuwe cursus is. Veel deelnemers werken voor voor Rijkswaterstaat. Zij zijn betrokken bij incidentbestrijding zoals nautische adviseurs en persvoorlichters. Maar de deelnemers komen ook uit andere organisaties, zoals Staatsbosbeheer, de Waddenvereniging, Vogelopvangcentra, Wageningen Marine Research en Vogelbescherming Nederland.  

Grootste olieramp ooit
Wanneer was de grootste olieramp in Nederland? Het is een van de eerste vragen bij de cursus, maar niemand die het weet. Een olielek bij Vlieland zorgt in 1969 voor 40.000 dode vogels. Alle Waddeneilanden lagen bezaaid met dode vogels. ,,Mensen die nu 25 jaar zijn die kunnen zich dat niet meer voorstellen”, weet Kees Camphuijsen. Hij is namens het NIOZ verbonden aan de cursus.

Camphuijsen is vogeldeskundige en betrokken bij het wetenschappelijk onderzoek rondom vogels bij olie-incidenten. Op basis van decennialang onderzoek is veel kennis aangescherpt. Zo is het vooral belangrijk om te weten waar een olielek is en wanneer. “Dit moet je dan overlappen met de kaart van zeevogels. Zo kan er snel een inschatting gemaakt worden van de impact van de olieramp. Betrokken organisaties kunnen daar vervolgens naar handelen.”

Waar komt de olie terecht?
Camphuijsen geeft een voorbeeld. ,,Bij de olieramp bij Vlieland was een kleine 2.000 keer minder olie verspild als die bij de Deepwater Horizon (2010). Toch hebben beide rampen een vergelijkbaar aantal dode vogels opgeleverd. Bij Vlieland waren er veel meer kwetsbare vogels ten tijde van de olieramp. Wáár de olie terechtkomt, is dan belangrijker dan hoeveel.”

Uit onderzoek weten we inmiddels dat een klein beetje olie, catastrofale gevolgen kan hebben. Met name in de winter en met name voor zeevogels. ,,Vogels hebben een vetklier aan de achterkant. Dat is essentieel voor de conditie van hun verenpak en alles wat daarmee samenhangt zoals warmte, eten en het vliegen. Een klein beetje olie in het water kan deze werking al aan tasten. ”

Vogels verschillen
Ook het gedrag van vogels kan sterk verschillen. ,,Sommige zeevogels rusten op het water, anderen duiken onder. Daardoor komen ze vervolgens onder de olie te zitten. Jan van genten zijn bijvoorbeeld erg kwetsbaar. Ze duiken niet alleen onder, maar hun reukorgaan is ook minder ontwikkeld waardoor ze minder snel op olie reageren.”

Dergelijke kennis is van belang voor bestuurders die knopen moeten doorhakken, weet Nijkamp. ,,Graag kijkt men naar Rode-lijst soorten, maar dat zijn niet de meest talrijke vogels bij een olieramp. En de Waddenzee heeft Werelderfgoedstatus dus daar kijken bestuurders ook naar. Maar ook op de Noordzee zitten zeer kwetsbare soorten in grote aantallen.”

Niet elke vogel is te redden
Vervolgens wordt er door Nijkamp een taboe op tafel gelegd: euthanasie. ,,Niet elke vogel is te redden bij een grote ramp. Dat moeten we ons realiseren. Wij willen het dierenleed bepreken en ruimte creëren om de meest kansrijke vogels te redden. Dan is euthanasie onvermijdelijk.”

De cursisten maken er volop aantekeningen van. Dan wordt de vraag gesteld of ook andere dieren last hebben van olie. Het blijkt dat zeehonden door hun onderhuids vet minder kwetsbaar zijn voor de uitwendige effecten van olie. Hier zijn vooral de ogen en luchtwegen kwetsbaar. Ook het gebrek aan rustplaatsen is iets om in de gaten te houden. Daarnaast kan inname van met olieverontreinigde vis een probleem zijn.

Grote logistieke opgave
Tijdens de cursus is er ook uitgebreid aandacht voor de logistiek rondom een olieramp. De waslijst aan maatregelen lijkt eindeloos; vrijwilligers, toegangscontroles, laarzen, handschoenen, koek en zopie, netten en zakken, 4wheeldrives, vrachtwagens, professionals vrij krijgen, dozen voor levende vogels, voedselvoorzieningen, veldinstallaties, revalidatiestations, vriezers, euthanasieplekken, stankoverlast reguleren, etc., etc.

Ook de communicatie richting het publiek is belangrijk. De impact van social media kan groot zijn. Dat is wel een punt waar Nijkamp zich zorgen over maakt. ,,Uit onderzoek weten we dat je vogels niet gelijk moet wassen als ze onder de olie zitten. Ze moeten eerst een paar dagen aansterken. Maar met de huidige impact van social media zie je gelijk een roep om actie. Dat moet je dus goed uitleggen.”

Impact social media
Tegelijkertijd verwacht Nijkamp ook veel kansen vanuit social media. ,,We moeten genoeg vrijwilligers hebben die goed mee kunnen helpen. Met de huidige communicatiemiddelen moeten we in staat zijn om genoeg mensen op de juiste plekken te kunnen krijgen. Mocht het ooit weer tot een grote ramp komen, dan is elke hulp hard nodig.”

Doelstellingen SBV (Samenwerkingsregelig Besmeurde Vogels, 2009 )
1.    Dierenleed beperken
2.    Hulp voor kansrijke vogels (euthanasie voor kansarme vogels)
3.    Gelegenheid voor wetenschap
4.    Gezamenlijke afspraken over procedures
5.    Faciliteren onbelemmerde opruiming