< Gerben Huisman nieuwe directeur Waddenfonds
21.11.2019 10:35 Leeftijd: 20 days
Categorie: Onderzoek en Monitoring
Door: Rijkswaterstaat

Helder beeld over kansrijke plekken voor zeegras in de Waddenzee

Waar kan zich litoraal (droogvallend) zeegras ontwikkelen in de Waddenzee en waar niet? Het is een vraag die beheerders in het Waddengebied al lange tijd bezig houdt. Nieuw onderzoek maakt nu beter duidelijk welke plekken geschikt zijn voor de ontwikkeling van zeegrasvelden. Het gaat onder meer om De Waardgronden Terschelling, het Wierumer Wad en het wad ten zuiden van Ameland, Schiermonnikoog en de Rottums.


Dit blijkt uit onderzoek van Eelke Folmer van EcoSpace. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat die als natuur- en waterkwaliteitsbeheerder zoekt naar herstelmaatregelen voor zeegras. De plant biedt vooral een geschikt opgroei- en leefgebied voor vissen, waaronder zeepaardjes, maar bijvoorbeeld ook allerlei slakjes. Daarnaast is het een belangrijke voedselbron voor rotganzen. Zeegrassen verhogen de biodiversiteit omdat ze andere levensgemeenschappen bevatten dan “kale” wadplaten en wadplaten met mosselbanken.

Nieuwe inzichten
Het onderzoek van EcoSpace levert inzichten op die gebruikt kunnen worden om het herstel te bespoedigen. Zo blijkt veel geschikt leefgebied op rustige wadplaten onder een aantal Waddeneilanden en langs de vastelandskust binnen en vlak buiten kwelderwerken te liggen. Golfwerking is een belangrijke limiterende factor die nog niet eerder in detail was meegenomen in de ontwikkeling van kansenkaarten voor zeegras.

Bovendien kunnen de graafactiviteiten van wadpieren de overlevingskans van litoraal zeegras beperken. Verder hebben hoge concentraties organisch materiaal en slib in het sediment een negatief effect op het voorkomen van zeegras. Ook deze factoren zijn in de nieuwe zeegraskansenkaart meegenomen.

Folmer ziet verschillen in het bodemleven op plekken waar zeegras voorkomt en op ‘kaal’ wad. Zeegras komt bijvoorbeeld wel voor in gebieden waar ook wadslakjes, slijkgarnalen, nonnetjes en rode draadwormen leven. En juist niet in gebieden met onder meer bulldozerkreeftjes, wapenwormen, groengele wadwormen en schelpkokerwormen.

Gezamenlijke maatregelen
Daarnaast loopt er nog een tweede fase van het onderzoek. Dit onderzoek spitst zich met name toe op menselijke activiteiten en nutriëntenbelasting in de kansrijke gebieden. Het rapport hierover is in zomer 2020 afgerond.

Rijkswaterstaat gaat na afronding van deze rapportages met andere beheerders in het Waddengebied om tafel om te kijken of er passende maatregelen genomen kunnen worden die bijdragen aan duurzaam- en grootschalig herstel van zeegras.

Het onderzoeksrapport van Folmer is hier te downloaden