Versterking Prins Hendrikdijk met zand in zicht

Texel is een stap dichter bij de gewenste versterking met zand. Dat hebben de bestuurders van het hoogheemraadschap, Provincie Noord-Holland, gemeente Texel en het Programma Naar een Rijke Waddenzeesamen met het Ministerie I&M deze week geconcludeerd tijdens een bestuurlijk overleg.

Alle aanwezige partijen hebben tijdens dit overleg afgesproken om mee te betalen. Daarnaast lijkt aanvullende financiering mogelijk, bijvoorbeeld via het Waddenfonds. Daarmee zouden de meerkosten van de zandige variant gedekt zijn. Zand is de uitdrukkelijke wens van het eiland. Bestuurders zijn blij dat na een intensieve samenwerkingsperiode de financiën bijna rond zijn voor dit deel van de Waddenzeedijk, waardoor de dijk voor de komende 50 jaar veilig is.

De Prins Hendrikdijk had een aparte plek in het onderzoek 'Versterking Waddenzeedijk'. Voor dit stuk dijk zijn we samen met de provincie, de gemeente en het programma Naar een Rijke Waddenzee nagegaan of versterking met zand in combinatie met natuur-ontwikkeling vóór de dijk in zee mogelijk is. De zandige variant kan op veel draagvlak rekenen in de regio en past goed in de strategie die het programma van de Delta-commissaris nastreeft: een flexibele, uitbreidbare manier van kustversterking waarin veiligheid, natuur en recreatie worden gecombineerd.

Eind 2012 definitief besluit voor Prins Hendrikdijk

De betrokken bestuurders hadden in 2011 al aangegeven dat de zandige variant een goede en kansrijke oplossing was, maar tegelijkertijd geconcludeerd dat de variant fors duurder was dan een binnenwaartse variant (geraamde kosten € 30 miljoen). Dit komt omdat het onderhouden van de zanddijk meer kost dan het onderhoud van een gewone dijk met gras of steen. En daarnaast wordt het ontwerp gecombineerd met natuurlijke vooroevers. De afgelopen zes maanden is er nog eens goed gekeken naar het ontwerp, optimalisaties en de bijbehorende kosten. De kosten van de zandige variant zijn omlaag gebracht en worden op dit moment geraamd op € 44 miljoen. Deze kosten overstijgen nog steeds de subsidie die vanuit het landelijk Hoogwaterbeschermingsprogramma beschikbaar is voor de waterveiligheid. Nu is besloten dat de vier genoemde partijen in ieder geval een deel van de meerkosten voor hun rekening nemen. De rest van de meerkosten zou mogelijk uit het Waddenfonds kunnen komen. Alle partijen spannen zich in om deze laatste bijdrage voor elkaar te krijgen.  Eind 2012 moet het geld definitief worden geregeld.

Voortgang dijkversterkingproces

Om geen vertraging op te lopen, stelt ons bestuur na de zomer de voorkeursvarianten voor de rest van de Waddenzeedijk vast. Afhankelijk van de ontwikkelingen rond de zandige variant wordt de Prins Hendrikdijk losgeknipt van het proces. Als de zandige variant niet haalbaar is wordt de binnendijkse variant weer in dit proces meegenomen.