Verrassend: voedseldichtheid op het wad geen goede voorspeller voor aantallen vogels

Het leek zo logisch: dieren concentreren zich op plekken waar voor hen veel voedsel te vinden is. Toch ligt het niet zo simpel, ontdekten wetenschappers van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee.

Dankzij samenwerking met Amerikaanse technici ontwikkelden ze zendertjes voor op de rug van wadvogels die lieten zien dat kanoeten de plekken met grote hoeveelheden kokkels links laten liggen en vooral gaan voor voedsel met een hogere kwaliteit. Dit wordt vandaag gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the Royal Society B.

 

Meer is minder 

Anders dan altijd werd gedacht, gaan de kleine schelpdieretende kanoeten niet naar plekken waar de meeste kokkels bij elkaar liggen. “Eigenlijk ook weer niet zo verwonderlijk”, legt eerste auteur Allert Bijleveld uit, “het gaat niet alleen om kwantiteit van het voedsel, maar ook om de kwaliteit”. Kanoeten kunnen kokkels weliswaar makkelijk vinden op plekken waar er veel liggen, maar door onderlinge concurrentie hebben de kokkels er minder vlees ten opzichte van hun schelp en zijn daardoor van lagere kwaliteit. En kokkels van te lage kwaliteit worden door kanoeten gemeden. Omdat concurrentie overal in de natuur voorkomt, zal ’meer is minder‘ niet alleen voor kanoeten en kokkels gelden, maar voor veel meer dieren die afhankelijk zijn van de kwaliteit van hun voedsel. Deze resultaten hebben ook gevolgen voor het voorspellen van draagkracht, oftewel: hoeveel dieren kunnen leven van het aanwezige voedsel in een gebied zoals de Waddenzee. Deze kennis is van belang voor de manier waarop we de Waddenzee als werelderfgoed beheren.