Onderzoek effecten bouw windmolenparken op vis

Afgelopen week werd een onderzoek gepubliceerd van het Belgische Instituut voor Landbouw – en Visserijonderzoek (ILVO) naar de effecten van onderwatergeluid op vis. Hieruit blijkt dat vissen niet direct sterven door blootgesteld te worden aan sterk onderwatergeluid.

Tijdens de aanleg van windmolenparken wordt een grote hoeveelheid palen de grond in geheid. Dit heien gebeurt meestal door met grote ‘hamers’ de palen de grond in te slaan. Dit maakt veel lawaai en zeedieren reageren hier sterk op. Van grote zoogdieren is bekend dat ze vluchten voor het geluid. Ook kunnen ze hun sonar minder goed gebruiken.

Bekend is dat ook vissen vluchten voor het geluid, maar het exacte effect van heiwerkzaamheden op vissen is nog niet bekend. In dit onderzoek zijn jonge zeebaarzen (45 en 120 dagen oud) op 45 meter van de heiwerkzaamheden in een kooi uitgezet in zee. Daarna is gekeken of deze vissen een grotere sterfte vertoonden dan vissen die niet zijn blootgesteld. Uit dit onderzoek blijkt dat de vissen niet acuut sterven, ook niet 14 dagen later. Dat is belangrijke kennis.

In het onderzoek is niet gekeken of de vissen zich ook anders zijn gaan gedragen. Kunnen ze zich bijvoorbeeld nog net zo goed als anders oriënteren en voedsel zoeken. In verder onderzoek moet hier meer duidelijkheid over komen. Het is goed nieuws te weten dat vissen niet direct sterven, maar daarmee is niet gezegd dat de heiwerkzaamheden geen effect op de vissen hebben.

Het is daarom belangrijk hier meer kennis over te krijgen én onderzoek te blijven doen naar heimethodes die minder geluid produceren. Dat zeehonden, bruinvissen, maar ook veel grote vissoorten wel degelijk reageren op het onderwatergeluid is bekend.