Kansen voor samengaan mosselzaadvisserij en natuur in Waddenzee

Mosselzaadvisserij heeft gevolgen voor de onderwater natuurwaarden van de westelijke Waddenzee. De effecten zijn echter van beperkte duur en treden alleen op na visserij op zaadbanken in relatief stabiele gebieden. Direct na mosselzaadvisserij zijn daar minder vissen en bodemdieren op de beviste plekken. Na een jaar is er geen verschil meer te meten met de onbeviste locaties.

Op de kweekpercelen, waar het opgeviste mosselzaad wordt uitgezet, gedijen de bodemdieren en vissen net zo goed als op de wilde banken. Er zijn dus wel visserij-effecten, maar er zijn op de kweekpercelen ook mogelijkheden om natuurwaarden te bevorderen. Dit blijkt uit het zesjarige onderzoeksproject PRODUS, dat is uitgevoerd door IMARES Wageningen UR, NIOZ, Buro MarinX en Buro Kersting.

Effecten mosselzaadvisserij in voorjaar en najaar
Na mosselzaadvisserij in het voorjaar zijn de effecten op het mosselbestand nog twee jaar zichtbaar. Door de visserij zijn er ook effecten op de overige fauna in de gebieden waar is gevist; na een jaar verschilt de fauna niet meer van de onbeviste plekken.

Mosselzaadvisserij in het najaar is gericht op instabiel gelegen banken. Dat zijn plekken waar veel jonge mosselen de winter niet overleven; ze komen om in winterstormen of vallen ten prooi aan predatoren, zoals zeesterren en krabben. Uit het onderzoek blijkt dat er na visserij geen verschillen te zien zijn in mosselvoorraad en biodiversiteit tussen gebieden waar wel en waar niet is gevist. Visserij in het najaar heeft dus tot gevolg dat mosselen, die anders verloren zouden gaan, naar percelen worden verplaatst waar ze meer kans hebben te overleven.

Meer informatie op website IMARES