Akkoord over certificering Nederlandse zeilschepen in Deense wateren

De Deense Maritieme Autoriteit en het ministerie van Infrastructuur en Milieu zijn het eens geworden over de certificering van Nederlandse zeilschepen in Deense wateren.

De afspraken over de eisen en de vaargebieden zijn vastgelegd in een briefwisseling tussen de twee departementen. Met de briefwisseling is de Deens-Nederlandse overeenkomst een feit.

Na jaren van juridische procedures en onderhandelingen is er dan eindelijk overeenstemming tussen de twee landen over de eisen die gesteld moeten worden aan zeilschepen die met meer dan twaalf passagiers aan boord internationale reizen maken naar Denemarken.

De Deense eis valt in drie delen uiteen: De certificering, de operationele beperkingen en het veiligheidsmanagementsysteem.

Certificering: Binnen de 20 mijl uit de kust volstaat het Nederlandse veiligheidscertificaat, daarbuiten moeten schepen een SOLAS certificaat hebben. Schepen moeten bovendien in het bezit zijn van een verklaring, afgegeven door de Nederlandse overheid, waaruit blijkt dat aan de bepalingen van de overeenkomst wordt voldaan.

Operationele beperkingen: Alle schepen worden operationele beperkingen opgelegd (want geen van de schepen is gebouwd volgens de SOLAS eisen). Schepen die bovendien niet aan de nieuwste eisen van lekstabiliteit voldoen (voorschriften die betrekking hebben op het restdrijfvermogen bij een lek schip) mogen niet verder dan vijf mijl uit de kust en mogen niet in de koude wintermaanden varen.

Veiligheidsmanagement systeem: Alle schepen moeten een goedgekeurd veiligheidsmanagement systeem hebben ingevoerd.

De overeenkomst tussen de  Nederlandse en Deense overheid is niet het resultaat waar de BBZ op gehoopt had, maar waarschijnlijk het best haalbare onder de omstandigheden. De opgelegde operationele beperkingen zijn te rigide en de SOLAS-eis buiten de 20 zeemijl is een echo van het bekende Deense mantra, ingegeven door ambtelijke opvattingen over de papieren die aan boord zouden moeten zijn en niet door veiligheidsargumenten.

Van Nederlandse zijde is veel gedaan om het maximale uit de onderhandelingen te halen. Vele overleggen en de gecombineerde inzet van de BBZ, de Scheepvaart Inspectie, klassebureau Register Holland en het ministerie, hebben geleid tot een aantal belangrijke bijstellingen van Denemarken.

Belangrijk was de betrokkenheid van de Tweede Kamer. Meerdere politieke partijen volgenden de ontwikkelingen op de voet en stelden er kritische vragen over.

Belangrijk was ook de inzet van de Europese Commissie. De door de BBZ ingediende klacht tegen de handelsbelemmerende werking die uitging van de Deense SOALS-eis, was aanleiding voor de Commissie om een infractieprocedure te starten tegen Denemarken. De druk die hier van uit ging zorgde er voor dat Denemarken haar verzet tegen onderhandelingen met Nederland opgaf.

Wat de BBZ betreft is deze overeenkomst niet het einde van de discussie over de certificering van zeilschepen. De vereniging zal steun blijven zoeken voor de opvatting dat zeilschepen speciale regels behoeven en dat SOLAS geen goed instrument is, ook niet buitende 20 mijlszone. Het is dan ook goed om te weten dat ook de Nederlandse overheid vast houdt aan de overtuiging dat zeilschepen niet onder de conventie en niet onder de richtlijn behoren.