Afwisseling van begrazing zorgt voor de hoogste biodiversiteit op kwelders

Het kwelderlandschap van Noard-Fryslân Bûtendyks, tussen Holwerd en Zwarte Haan, behoort tot de meest uitgestrekte van Europa. De zilte graslanden, slikvelden, kwelderwerken en wadden vormen een eldorado voor planten en dieren.

Het natuurbeheer op de kwelder is onderhevig geweest aan diverse visies.  “Niets doen, laat de natuur het maar regelen op de kwelder” zegt de één. “Begrazen, anders wordt de hele kwelder een ruigte van zeekweek waar verder niets leeft” zegt de ander. “Wel begrazen, maar niet met paarden, want die vertrappen alles” zegt een derde. Wat is de beste beheersvorm? Dat was onderwerp van een vijfjarig onderzoeksproject op de kwelders van Noard-Fryslân Bûtendyks, mogelijk gemaakt door financiële steun van het Waddenfonds.

Het project betrof een samenwerking tussen de Rijksuniversiteit Groningen en It Fryske Gea, mede ondersteund door verschillende andere organisaties. Uniek aan het project was een groot experiment en de breedte van de studie: het ging over opslibbing, planten, insecten en vogels tegelijk. In proefvakken van ongeveer 10 ha werden de effecten van vijf verschillende beheersvormen direct met elkaar vergeleken. De uitkomsten van het onderzoek zijn van belang voor het toekomstige natuurbeheer van kwelders in binnen- en buitenland.

Promotie
Om zo’n breed onderzoek te doen waren veel mensen nodig. Drie onderzoekers zullen op deze studie promoveren: Freek Mandema en Stefanie Nolte promoveren vrijdag 24 januari bij professor Bakker aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hun promotie wordt voorafgegaan door een symposium met als thema natuurbeheer van kwelders. Aan het symposium zullen ook buitenlandse sprekers deelnemen. Roel van Klink zal later dit jaar promoveren. De promovendi werden begeleid door Prof. dr. Jan Bakker, dr. Chris Smit en in hun onderzoek ondersteund door bureau puccimar, IMARES, SOVON, de Vlinderstichting, Stichting Willem Beijerinck Biologisch Station. en de Stichting European Invertebrate Survey.

Meer informatie over de promotie-onderzoeken op de website van de waddenacademie

Niet één beste beheervorm, maar afwisseling nodig
Een belangrijke uitkomst is dat elke soortgroep verschillende eisen stelt. De meeste plantensoorten komen tot ontwikkeling bij een lage dichtheid van vee (5 koeien of paarden per 10 hectare). Dan ontstaat een mozaïek met verschillende plantensoorten. Bij hogere graasdruk blijft een eentoniger korte grasmat over. Dit is wel het type kwelder waar ganzen in de herfst het liefste voedsel zoeken. Een stuk kwelder waar helemaal geen vee komt krijgt hoog opgroeiende zeekweek met weinig plantensoorten. Hier zitten echter wel de meeste insecten en muizen, die op hun beurt voer zijn voor zangvogels en roofvogels op de kwelder. Nog mooier is het als de ruigte af en toe wordt teruggedrongen, waarna planten zoals Zeeaster uitbundig kunnen bloeien. Deze bloemen trekken grote aantallen insecten aan. De conclusie van dit onderzoek luidt dat als je alle planten en dieren van de kwelder wilt behouden, het niet verstandig is om één optimaal beheer voor de hele kwelder te zoeken, maar dat het beter is om verschillende vormen van begrazing naast elkaar in te zetten.

Het soort grazers en de aantallen zijn allebei belangrijk
Een nest loopt vier keer zoveel kans op vertrapping bij begrazing met paarden dan bij koeien, want paarden draven veel meer over de kwelder. In het algemeen zijn koeien dan ook geschiktere grazers voor wie natuur op de kwelders wil beschermen. Paarden kunnen echter weer ruwer voer eten; dus op een ruig begroeide kwelder kunnen  zij toch een toegevoegde waarde hebben. Zowel met paarden als met koeien bleek de dichtheid van het vee veel verschil te maken voor het resultaat. De dichtheid van vee kan zover worden opgevoerd dat een korte grasmat overblijft, terwijl bij lagere dichtheden een mozaïek ontstaat van korte en hoge vegetatie. Het aantal stuks vee op de kwelder is voor een beheerder dus minstens zo belangrijk als het soort vee.

Kweldercentrum
Omdat nog niet alle vragen zijn beantwoord, wordt momenteel bekeken hoe het project in gewijzigde opzet nog enkele jaren kan worden voortgezet. Het onderzoek is te bezichtigen vanaf het nieuwe Kweldercentrum Noarderleech van It Fryske Gea bij Hallum. Dit centrum is een startpunt voor excursies, ontvangstplek voor schoolklassen en een uitvalsbasis voor onderzoekers op de kwelder. De resultaten van het onderzoek worden ook gepresenteerd in een rapport, dat vanaf heden beschikbaar is op de website van It Fryske Gea www.itfryskegea.nl en is in gedrukte vorm op aanvraag verkrijgbaar (info@itfryskegea.nl).