Achteruitgang ‘bonte piet’

Handen ineen voor herstel Scholekster

Het gaat niet goed met de Scholekster in Nederland. Het aantal 'bonte pieten' gaat al jaren fors achteruit. Onlangs kopte het dagblad Trouw: 'Scholekster is hier over tien jaar praktisch uitgestorven'. Vroeg maaien, onderlopen van kwelders, achteruitgang van kokkels en mosselen en toename van de Japanse oester worden hiervoor als redenen gegeven. Ook op Vlieland is deze achteruitgang van de Scholekster waarneembaar. Dit blijkt uit gegevens van Staatsbosbeheer en SOVON Nederland. Elke 5-6 jaar worden in het hele Waddengebied de mogelijke broedparen geteld. Dit gebeurt door die plekken te tellen die o.a. door de vogels tegen indringers verdedigd worden, zgn. territoria. Zetten we de gegevens over Vlieland op een rij, dan zien we ook op Vlieland een achteruitgang van de aantallen Scholeksters.

Op een rij het aantal territoria per jaar: 1991, 1996, 2001, 2006 respectievelijk 801, 525, 386, 268 territoria. Zet deze trend zich voort, dan staat de teller in 2011 op rond de 150 territoria. Ook in de rest van Nederland holt het aantal Scholeksters achteruit. Volgens SOVON en Vogelbescherming Nederland moeten er daarom maatregelen genomen worden om de Scholekster voor uitsterven te behoeden. Maar liefst 30 procent van alle Scholeksters ter wereld broedt in Nederland. Het lot van de Scholekster ligt dus bijna letterlijk in onze handen. De vraag is wat we hier op Vlieland kunnen doen.

Beschermende maatregelen. Aan de toename van het aantal Japanse oesters valt niet zo heel veel te doen, behalve ze als delicatesse op de kaart zetten. Evenmin hebben we het herstel van de kokkelstand in de hand, dat na beëindiging van de mechanische kokkelvisserij traag op gang komt. De hoge waterstanden van het afgelopen weekend, de tweede maal dit broedseizoen, voorspellen niet veel goeds voor de toekomst; kwelders en strand zullen vaker onder water lopen. Wat we wel kunnen doen, is ervoor zorgen dat we zo laat mogelijk maaien en buiten het broedseizoen de weilanden slepen. Scholeksters broeden hier van begin mei tot eind juni. Ze broeden het liefst in kort gras, op kiezelstranden of andere open gebieden. De jongen kunnen na uitkomst meteen lopen. Dan hebben ze beplanting nodig om in te kunnen wegvluchten. Daarom zijn de Scholeksters met jongen vaker in hooilanden te vinden. Om de broedende Scholeksters (en andere vogels) niet te verstoren en om te voorkomen dat hun nesten worden vernietigd, zijn duidelijke afspraken gemaakt tussen gemeente, gebruikers van de graslanden en Staatsbosbeheer. Zo is in de weidevergunning voor paarden opgenomen, dat van 15 maart tot 1 augustus geen mest versleept of verspreid mag worden. Daarnaast zijn met de gemeente en de pachter van hooilanden afspraken gemaakt over het maaien. In principe worden de wegbermen niet gemaaid voor 15 juli, tenzij er verkeertechnisch gevaarlijke situaties ontstaan. Dat kan het geval zijn bij de bochten in Bomenland, die door hoge begroeiing onoverzichtelijk worden. Wanneer de gemeente wil maaien, wordt dat bij Staatsbosbeheer gemeld. Er wordt dan een inventarisatie gedaan om te beoordelen of er door het maaien schade ontstaat aan planten of dieren. Is dat het geval, dan worden die plekken gemarkeerd en kan daar omheen worden gemaaid. Voor de hooilanden geldt iets soortgelijks. De pachter meldt ruim van tevoren dat hij voornemens is te gaan maaien. Dan kunnen medewerkers van Staatsbosbeheer de territoria van de Scholekster en andere vogels in kaart brengen en de nesten markeren. De pachter kan daar vervolgens omheen maaien. Zo proberen we met zijn allen de Scholekster te behoeden voor uitsterven, zodat we nog lang kunnen genieten van deze opvallende vogel met zijn bonte verenkleed.

Elsje de Ruijter (Staatsbosbeheer Vlieland) Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met Elsje de Ruijter projectmedewerker voorlichting en educatie Staatsbosbeheer T 06 1096 8664 E e.ruijter@staatsbosbeheer.nl