Spring naar hoofd-inhoud

Zoeken naar bijzondere plantjes op Schiermonnikoog

Centimeter voor centimeter kamden ze vorige week het eiland Schiermonnikoog af. Met een pen en een lijst in de hand struinden de leden van de Friese Vereniging van Veldbiologen over het eiland om alle plantensoorten in kaart te brengen. Dat doen ze zo eens per tien jaar.

Schiermonnikoog - Iedere plantensoort brachten biologen vorige week op Schiermonnikoog in kaart. Monnikenwerk dus. En dat is typerend voor het eiland dat zijn naam ontleent aan de monniken die er ooit landbouwgronden ontgonnen. 'Schier' betekent grijs, de kleur van de pijen van de monniken en 'oog' betekent eiland. Zo'n vijftig veldbiologen, ook floristen genoemd, delen bij een inventarisatie het eiland op in kilometervlakken. Otto Overdijk van Natuurmomenten: "Ze kijken dan welke planten er zijn en turven die dan op een lijst die ze bij zich hebben. Op die manier krijgen we een overzicht van alle soorten planten op het eiland." Bij de vorige telling tien jaar geleden, waren dat er 458. Vijftig hiervan kunnen als zeldzaam be schouwd worden. Overdijk: "Je kunt bij een telling soorten tegenkomen die nieuw zijn voor Schiermonnikoog, maar ook soorten die volledig nieuw zijn." Typisch voor Schiermonnikoog zijn de natte duinvalleien. Dat zijn lage, door de wind uitgestoven plekken waar het grondwater dicht bij de oppervlakte zit. Op deze plekken groeien bijzondere planten, zoals de voor Schiermonnikoog karakteristieke parnassia. Een andere plant die op het eiland veel voorkomt is de moeraswespenorchis. De resultaten van het veldwerk wor den gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast kan Natuurmonumenten aan de hand van de bevindingen bepalen of en hoe het invloed uitoefent op de vegetatie. Overdijk: "Als er van een bepaalde soort plant weinig exemplaren zijn, kunnen we in het gebied waar ze voorkomen, paden verleggen of zelf stukken grond afsluiten. Als een bepaalde plant te veelvuldig voorkomt, kunnen we koeien laten grazen in dat gebied." Aan het eind van de dag gingen de biologen die uit heel Nederland komen, nog niet naar huis. Ze pakten nog een biertje en bleven op het eiland slapen. Tenslotte waren de monniken ook niet vies van bier.