Spring naar hoofd-inhoud

'We zijn te sentimenteel over de walvis'

Walvisvaarder Anton Schols (79) werd in de jaren na de oorlog

Walvisvaarder Anton Schols (79) werd in de jaren na de oorlog aan boord van de Willem Barendsz als held ontvangen als het schip IJmuiden binnenliep. Tegenwoordig is er een verbod op de walvisjacht. Walvisjagers worden verguisd. Japan, Noorwegen en IJsland willen de jacht uitbreiden. Dat stuit op veel weerstand tijdens de conferentie daarover, deze week in Zuid-Korea. Maar op sommige soorten walvissen, vindt Schols, kan best meer worden gejaagd .

'Nee. Humaan is het natuurlijk niet. De wijze waarop de walvissen worden gedood is wreed. Heel wreed. Wat dat betreft kun je beter een koe zijn. Maar wij hadden als walvisvaarders destijds totaal geen scrupules. En als ik een hongerige bevolking van voedsel kon voorzien door op walvissen te jagen zou ik het weer doen. Uiteraard alleen op soorten waarvan er meer dan genoeg zijn. Van de wereldopinie zou ik me niks aantrekken." Anton Schols (79) uit Drachten werkte van 1946 tot 1953 op de Willem Barendsz. Zeven keer reisde hij mee naar de Zuidelijke IJszee waar op walvis werd gejaagd. Hij begon als assistent traankoker, later werd hij chef van de fabriek en het laboratorium op het schip. Persoonlijk heeft hij geen vis gedood. "Dat deed bijna geen enkele Nederlander. Het schieten met een harpoenkanon werd overgelaten aan Noren, die daar bedreven in waren. We hadden geen enkel probleem met de vangst. In de oorlog was ik bij de verzetsorganisatie BS terechtgekomen. Daar hadden we een bepaalde mentaliteit opgebouwd. We waren in staat om een mens te doden. Dan is een walvis ook geen probleem. De helft van de gevangen vrouwtjes was zwanger. We hadden zeker de eerste jaren dan ook niet het idee dat we de vissen uitroeiden. Daar kwam bij dat we hongerig Nederland na de oorlog met de vangst konden voorzien van margarine en vitamine. We hadden echt het gevoel dat we goed werk deden. Zeker ook door de heldenontvangst in Nederland." Het Nederlandse volk juichte begin jaren vijftig als de Willem Barendsz binnenliep. In de bioscoop werden de reizen als triomftochten in het Polygoonjournaal getoond. Het lied Goede Wacht, behouden Vaart werd spe ciaal voor de walvisvaarders gecomponeerd. De landrot leest het in z'n krantje: de Willem Barendsz ging naar zee. En weet alleen als hij terugkomt dan brengt hij traan voor Holland mee. Maar als hij even na dit lezen met deze kerels medeleeft, dan zal hij dankbaar moeten wezen dat Holland z├╣lke kerels heeft! De waardering voor walvisvaarders sloeg in de jaren ze ventig om in publieke weerzin. Na internationale acties tegen de uitroeiing van de vissen en de wijze van vangen werd er een jachtverbod ingesteld. Schols had in die tijd een walviskanon in de tuin staan. Voorbijgangers belden wel eens aan met de vraag of hij zich niet schaamde met zo'n kanon voor de deur. Dat deed hij niet. Hij voer toen trouwens allang niet meer. Nederland stopte in 1964 met de walvisjacht, omdat het niet rendabel meer was, maar Anton Schols was in 1953 al weggekocht van de Willem Barendsz. Hij werd directeur van een destructiebedrijf. Schols is nu bijna tachtig jaar. Slechts zeven jaar van zijn leven heeft hij in de walvisvaart gewerkt. Het heeft een enorme indruk gemaakt. "Ik ben geobsedeerd door de walvisvaart. Die zit me boven in de kop. Alles wat ik meegemaakt en gezien heb. De stormen, de prachtige ijsvelden, het met elkaar leven op de vierkante centimeter, de band die je had." Binnenkort komt zijn tweede boek uit: 'Zeven vette jaren'. Over de eerste reis schreef hij 'Ter walvisvaart'. Deze week houdt de Walvisvaartcommissie (IWC) in Zuid- Korea een conferentie over het al of niet heropenen van de jacht. Anton Schols volgt de gebeurtenissen nauwgezet. Japan wil de vangst van dwergvinvissen verdubbelen en weer jagen op bultruggen en potvissen. De meerderheid van de stemgerechtigde landen is tegen. De oud-walvisvaarder vindt de voorlichting over de walvisvangst ongenuanceerd. "Het is zeker waar dat de grote blauwe walvis en nog enkele soorten zijn overbevist. Daar moeten we absoluut afblijven. Maar de walvis bestaat niet. Er zijn heel wat soorten waarop nu allang weer gevist kan worden. Van dwergvinvissen zijn er genoeg. Alleen al rond IJsland zwemmen er 40.000. Die eten vijf keer zoveel kabeljauw op als de hele IJslandse vloot per jaar vangt. Ook op de bultrug en de potvis kan weer worden gejaagd. We zijn te sentimenteel over walvissen. Niemand zegt: we moeten haringen geen pijn doen. Maar ik denk dat als we weer honger zouden hebben, dat sentiment snel over is."