Spring naar hoofd-inhoud

Rijk steelt maar beetje gasgeld

Vervelende constatering: de miljarden die het rijk opstrijkt met dank aan aardgas uit het Noorden verdwijnen vooral naar de Randstad.

Dat kan natuurlijk niet, brult deze regio. Houdt de dief! Maar is het werkelijk zo zwart-wit? Welnee. Met één simpele boekhoudkundige truc kan het kabinet het leed voor dit gewest elimineren. De noordelijke bestuurders hebben een instituut laten nagaan waar het geld uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) blijft. Dit is de rijkspot voor investeringen om de economie beter te laten draaien. Het Noorden heeft de afgelopen twaalf jaar slechts 1 procent van de te traceren €12 miljard ontvangen. Terwijl het gevoel leeft dat het FES drijft op aardgasbaten uit Noord-Nederland.
Maar dit laatste is niet het geval. Van de inkomsten van het FES komt 60 procent uit de gasbaten. De rest is te danken aan de verkoop van staatsdeelnemingen, de veiling van etherfrequenties en andere eenmalige opbrengsten. De aardgasbaten zijn maar voor 60 procent afkomstig uit Friesland, Groningen en Drenthe. Voor 35 procent komt het gas uit de Noordzeebodem, de rest van het land levert 5 procent op.

De percentages met elkaar verrekend, vult het Noorden het FES maar voor een derde deel. Al beperkt dit het leed al enigszins, het blijft een scheve verhouding: van de €34 die naar de staatskas gaan, komt €1 retour, terwijl één op de tien landgenoten hier woont.

Maar ook daar past weer een nuancering bij. Noord-Nederland put voor economische projecten niet alleen uit het FES. Er zijn andere potjes waarmee Den Haag de regio bedient. Hoewel dit niet altijd van harte gaat, is het Noorden de bovenliggende partij bij de verdeling van nationaal en Europees geld voor regionaal beleid. Het maakt het gaatje ten opzichte van andere regio's alweer iets kleiner.

Dan is er nog de Zuiderzeelijn (of vervangende projecten), waar het rijk €2,7 miljard aan wil bijdragen. De HSL-Zuid en de Betuweroute financiert het rijk uit het FES. Maar het kabinet heeft ervoor gekozen om de Zuiderzeelijn - hoewel van economisch belang - uit de begroting van verkeersminister Karla Peijs te betalen. Op papier blijft het aandeel van het Noorden uit het FES daardoor beperkt. Door de financiering van de Zuiderzeelijn alsnog naar het FES over te hevelen, zou het rijk op boekhoudkundige wijze het leed voor de regio kunnen verzachten. Het noordelijk aandeel uit het FES stijgt dan tot boven de 10 procent, het percentage van de bevolking dat hier woont. Op papier is er dan weinig grond meer voor geklaag, zonder dat er in werkelijkheid een cent bijkomt.

Interessanter dan de rekensom van het Noorden zou een lijstje projecten zijn die de regio voor honorering uit het FES heeft ingediend en die niet zijn toegekend. Als daarvan is aan te tonen dat ze de economie veel beter dienen dan vergelijkbare plannen uit de Randstad die wel geld hebben gekregen, mag de regio zich terecht misdeeld voelen. Maar is zo'n lijstje wel te maken? Hebben Haagse politici die zeggen dat het Noorden maar met betere projecten moet komen dan toch een punt?

Wil het gewest toch opgekropte woede over de diefstal van aardgasbaten uiten, dan kunnen de provincies zich beter richten op het waddengas en fonds. In de oorspronkelijke berekening zou de €800 miljoen voor het fonds dat het natuurgebied moet verbeteren 8 tot 33 procent van de mogelijke extra waddengasbaten zijn. Maar dat was gebaseerd op een olieprijs van 18 tot 24 dollar per vat.

Nu de olieprijs door het plafond geschoten is en het rijk ook voor de langere termijn rekent met 50 tot 70 dollar per vat rijzen de waddengasbaten de pan uit (mogelijk €28,5 miljard!) en stroomt er maar 3 tot 11 procent naar het Waddenfonds. Maken we daar toch weer 8 tot 33 procent van dan verhoogt dit het Waddenfonds met €1,5 miljard. Waarom maakt het Noorden zich daar niet druk om?