Spring naar hoofd-inhoud

Provincie is om: zoutwinning kan door

Leeuwarden

De verdere zoutwinning in noordwestelijk Friesland kan doorgaan.

Na grondige studie en gesprekken met alle betrokkenen ziet het college van gedeputeerden geen redenen meer om hierover negatief te adviseren. Een snellere bodemdaling dan verwacht was eerder nog aanleiding voor de provincie om op de rem te gaan staan.

Gedeputeerde Piet Bijman zal het ministerie van economische zaken, de feitelijke vergunningverlener aan Frisia Zout in Harlingen, meedelen dat de provincie geen beletselen ziet voor het gevraagde gebruik van de eerste boorput als reserveput. De bodem boven deze put is 32,5 centimeter gedaald, terwijl als absoluut maximale daling 35 centimeter is toegestaan.

 

Het Staatstoezicht op de Mijnen stelde vast dat de daling tot stilstand is gekomen, en er zelfs tekenen zijn dat een licht herstel optreedt: het zogeheten terugveren van de bodem. Ook omdat Frisia zich tot nu aan alle afgesproken regels heeft gehouden kan het college weinig anders dan positief reageren op de aanvraag, aldus Bijman. Hetzelfde geldt de omstreden aanleg van een pekelleiding over het land vanaf een ander, nieuw boorterrein.

 

De provincie houdt vast aan de landbouwfunctie van het gebied, die in het geding kwam door de versnelde verzilting van de grond. Volgens de boerenorganisatie LTO, fel tegen de zoutwinning, hangen de winning, bodemdaling en verzilting nauw samen. Bijman kondigde vandaag aan dat de landbouw als hoofdactiviteit in het gebied zal worden vastgelegd in het op stapel staande nieuwe streekplan voor Friesland.