Spring naar hoofd-inhoud

Misplaatste verontwaardiging op Ameland

De gemeente Ameland is ten onrechte boos over de tijdelijke sluiting van twee natuurgebieden.

Onlangs verscheen een bericht dat de gemeente Ameland erg boos was op het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij. Wat is het geval: op het eiland worden twee gebieden gedurende maximaal vier maanden (15 maart-15 juli) gedeeltelijk gesloten voor het publiek. Volgens de terreinbeheerders zijn de beide gebieden van belang voor vogels die er rusten, broeden en/of foerageren, bovendien zijn het niet zo maar vogels, maar er zijn ook soorten bij die je niet overal ziet en met uitsterven bedreigd worden. Die staan op de rode lijst. De gebieden zijn de Feugelpolle, een kwelder die gelegen is aan de Wadzijde onder het dorp Hollum, en het Groene Strand bij Ballum, gelegen aan de Noordzeezijde van het eiland. Het gaat om een gedeeltelijke afsluiting, je kunt langs beide gebieden fietsen en/of lopen, alleen het betreden van de afgepaalde gebieden is gedurende maximaal vier maanden verboden.

Waarom is de gemeente nu zo boos? Men stelt dat LNV zonder enige vorm van overleg de borden heeft geplaatst. Ik wil hier graag wat betreft het Groene Strand een kritische kanttekening bij plaatsen. Sinds 2003 is de kwetsbaarheid van het Groene Strand onderwerp van gesprek geweest in allerlei bijeenkomsten waarbij ook de gemeente vertegenwoordigd was. In eerste instantie zijn er bij het Groene Strand informatieborden en 'niet verstoren' bordjes geplaatst. De terreinbeheerders hebben dit in goed overleg met de gemeente gedaan; bij het destijds gehouden internationale trilaterale Waddenoverleg hebben de gemeenten immers de volle verantwoordelijkheid op zich genomen voor de bescherming van de strandbroeders.

Gedurende een aantal broedseizoenen werden er door zowel terreinbeheerders als de lokale vogelwacht geregeld verstoringen vastgesteld, vooral loslopende honden deden een duit in het zakje. Toen bleek dat er onvoldoende gehandhaafd kon worden op basis van de geplaatste borden, heeft LNV eind 2007 de knoop doorgehakt en het gebied aangewezen als zogenaamd artikel 20 gebied (niet betreden). De maatregel is toen aangekondigd in de zogenaamde beheeroverleggroep waarin naast de terreinbeheerders een groot aantal maatschappelijke instellingen zoals VVV, de boerenbond NLTO, MKB (midden- en kleinbedrijf), vogelwachten, natuurwerkgroep en Wildbeheereenheid zijn vertegenwoordigd. Het voorzitterschap is in handen van… de gemeente.

Toen in het voorjaar van 2008 de borden geplaatst zouden worden, ontstond er ineens politieke onrust. Een lokale partij begon de trom te roeren en de wethouder van de andere lokale partij zag zich genoodzaakt stelling te nemen tegen de bebording. Er werd ook gesteld dat er ondanks behandeling in de beheeroverleggroep onvoldoende was gecommuniceerd. Wie hiervoor verantwoordelijk was, laat ik in het midden. LNV was bereid om de maatregel een jaar op te schorten zodat alle partijen de ruimte kregen voor nader overleg. De vogels moesten het intussen weer doen met de niet waterdichte bescherming. Opnieuw vonden verstoringen plaats, het seizoen werd in september 2008 geëvalueerd. Hieruit kwam naar voren dat de huidige bebording niet had voldaan en dat er andere maatregelen getroffen moesten worden om de bescherming vorm te geven.

Enkele partijen waren voor gedeeltelijke afsluiting, andere konden akkoord gaan met informatieve bebording maar dan wel met maatregelen om de naleving te garanderen. De gemeente zou de evaluatie bespreken met LNV. Vlak voor de start van het broedseizoen 2009 bleek al gauw dat er amper of geen overleg was geweest tussen de gemeente en LNV. Wie hier het boetekleed moet aantrekken, laat ik in het midden.

De vogels schieten er niets mee op. Eind van het liedje is dat de oude bebording opnieuw geplaatst is. Iets is beter dan niets, nietwaar. De boosheid van de gemeente kan ik nog steeds niet goed plaatsen, op papier is het inderdaad een artikel 20-gebied, maar die borden staan er niet. In zoverre heeft de politiek gezegevierd en dat is natuurlijk van groot belang voor de raadsverkiezingen in 2010. Het op je nemen van afgesproken verantwoordelijkheden bij trilaterale bijeenkomsten telt dan schijnbaar opeens niet meer zo zwaar mee. Ik denk dat de geloofwaardigheid van onze waddenbestuurders hierdoor een fikse deuk dreigt op te lopen. Als ik vogel was, zou ik voor volgend jaar een ander eiland uitkiezen. Kunnen er op Ameland nog wat meer toeristen bij.


TONNIE OVERDIEP coördinator eilandzaken Rijkswaterstaat