Spring naar hoofd-inhoud

De kunst van het overstappen op volle zee

VLIELAND

Dichter Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936) kreeg gisteren op Vlieland een poëzieroute. Een veerboot vol gasten kwam naar het eiland.

Tot halverwege 1962 was het dagelijkse routine. Wie van Harlingen naar Vlieland wilde, moest op de Vlieree overstappen op een ander schip. Ter ere van het honderdjarige jubileum van de Vlielander VVV mocht een select gezelschap burgemeesters, bestuurders en andere hotemetoten gistermiddag dat acrobatische kunstje nog eens overdoen.
Op volle zee praaiden twee oudgedienden van de Doeksenvloot elkaar: de MS Friesland en de Holland. De uitverkorenen zagen de deining en begonnen al een beetje wit weg te trekken.

,,Nergens vind ik vree. Niet op aarde en niet op zee'', dichtte Jan Jacob Slauerhoff. In zijn zeventigste sterfjaar kreeg de dichter-schrijver een eigen wandelpad op het eiland van zijn jeugd. De in Leeuwarden geboren Slauerhoff kwam vaak naar Vlieland.

Museum Tromp's Huys richtte een tentoonstelling in en op veertien plekken op Vlieland zijn strofes uit Slauerhoffs oeuvre te lezen. De gasten voor de officiële opening van de poëzieroute zouden met de oude Friesland naar Vlieland worden gebracht.

In de Harlinger haven begonnen enkele gepensioneerde medewerkers van Doeksen al herinneringen op te halen. Ze monsterden kritisch het houten voordek. ,,Dat hadden wij beter onderhouden'', mompelde een van de mannen. ,,Nou, ga je gang'', antwoordde een bemanningslid.

Kapitein in ruste Jelle Horjus kwam in de stuurhut een kijkje nemen. ,,Orde! Daar komt ie'', riep Horjus, toen oud-controleur Bram Lourens passeerde. Die had zijn oude uniformjasje uit de mottenballen getrokken.

Met zijn kaartjestrommel en geldtas wandelde hij als vanouds door de gangboorden. De pet bleek de jaren niet te hebben doorstaan. ,,Precies zoals je toen ook was'', grapte een van de passagiers. ,,Alleen, je hebt een jongere kop gekregen.'' Lourens, grijnzend: ,,Ik ben nu alweer 23 jaar met pensioen. Op 13 juni ben ik tachtig geworden.''

De Vlielander herinnert zich de overtochten, waarop hij langs alle passagiers moest voor een kaartje. ,,Soms waren het er zoveel, dan had ik ze niet allemaal gehad voordat we bij Vlieland waren. Dan vroeg ik aan de kapitein of 'ie even langzamer kon varen.''

Om tien voor twee naderde het rendez-vous met de Holland. De machtige zeesleper kwam pal naast de Friesland varen. Het water tussen de beide schepen kolkte vervaarlijk en enkele gegadigden voor de overstap slikten eens.

De Holland manoeuvreerde maar eens. Toen, op de valreep, een armgebaar en het schip voer weg. ,,Uit respect voor de veiligheid, maar ook voor de Holland'', legde burgemeester Baukje Galama later uit. Toen eilander Jan van Grinsven dat hoorde, lachte hij zich een kriek.

,,Vroeger zetten we zelfs auto's over. Ik was toen in dienst bij de luchtmacht. Dan reed ik met een jeep van het ene schip naar het andere. Midden op zee. En het ging altijd goed. Ik heb het zo vaak gedaan. We kwamen in 1948 met drie jeeps en een tweetonner naar Vlieland. Daarmee verdubbelden we gelijk het autoverkeer.''