Brief Minister Veerman aan de Tweede Kamer (oktober 2005)

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

ons kenmerk: DRZ. 2005/5827

datum: 13-10-2005

onderwerp: Trilaterale Regeringsconferentie Waddenzee op 3 november 2005 op Schiermonnikoog

 
Geachte Voorzitter,

Op 3 november 2005 vindt de 10e Trilaterale Regeringsconferentie over de Bescherming van de Waddenzee plaats onder mijn voorzitterschap op Schiermonnikoog. In mijn brief van 7 juli jl. (TRC 2005/3922) heb ik u op de hoogte gebracht van de voorbereiding ervan.In genoemde brief kondigde ik u aan de concept ministeriële Verklaring van Schiermonnikoog toe te zenden, hetgeen ik bij deze doe (zie bijlage). De belangrijkste punten en de hoofdlijnen van de inzet van de Nederlandse delegatie geef ik in deze brief weer. Tevens is bijgevoegd het concept van het beleidsevaluatierapport ('Policy Assessment Report').

Consultatie en bestuurlijk overlegDe voorbereiding van de trilaterale regeringsconferentie vindt in Nederland plaats via de kerngroep-TWG (Trilateral Working Group) waarin de meest betrokken ministeries en de relevante regionale en lokale overheden zijn vertegenwoordigd. In deze kerngroep is steeds overeenstemming geweest over de inzet van Nederland. Op regionaal bestuurlijk niveau is het Regionaal Coördinatiecollege Waddengebied (RCW) geconsulteerd over de voorbereiding. Ook hier is overeenstemming bereikt over de Nederlandse inzet. Daarnaast zijn de bewoners van de waddenregio langs verschillende wegen in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van de agenda van deze conferentie en hun mening kenbaar te maken.

Concept ministeriële verklaringDe aan u toegezonden concept ministeriële verklaring betreft het concept zoals is vastgesteld in de ambtelijk Senior-Official bijeenkomst van 29 september jl. Op een groot aantal onderdelen is overeenstemming bereikt tussen de drie landen. Op een beperkt aantal punten is nog sprake van een voorbehoud of voorstel van de genoemde delegaties. Hierover vindt hetzij nog interne afstemming plaats in de genoemde landen, dan wel wordt hieraan in trilateraal kader nog verder ambtelijk gewerkt tot aan de conferentie.

Onderwerpen in de concept Verklaring van Schiermonnikoog

Doel en reikwijdte van de trilaterale samenwerking (§5, 6 en 7)
Er is overeenstemming om nauwer gezamenlijk op te trekken bij de implementatie van de EU-richtlijnen. Daarnaast wordt breed erkend dat het trilaterale Waddenzeeplan een actualisatie behoeft met inachtneming van de vereisten volgens de EU-richtlijnen en gebruik makend van de informatie uit de diverse achtergrondrapporten, zoals het rapport van het Waddenzeeforum.

Nominatie van de Waddenzee voor de Werelderfgoedlijst (§8)
In Nederland is op bestuurlijk niveau vanuit de regio aangegeven dat er voldoende draagvlak is om te starten met de voorbereidingen voor de nominatieprocedure. Dit voorbereidingstraject biedt ook de gelegenheid om het draagvlak verder uit te breiden.

Ik hecht eraan te benadrukken dat uit een werelderfgoedaanwijzing geen verdere juridische consequenties, regelgeving of beperkingen voortvloeien, anders dan die voortkomen uit het reguliere beleid ten aanzien van de Waddenzee. Plaatsing van de Wadden op de Werelderfgoedlijst is een kwalitatieve erkenning en geen juridisch instrument of een nieuw ruimtelijk toetsingskader. Het brengt geen additionele voorwaarden met zich mee voor de ontwikkeling van de regio. Ik verwacht eerder een positieve ontwikkeling. Uit literatuuronderzoek van bestaande werelderfgoedgebieden blijkt dat een dergelijke plaatsing in gunstige zin kan bijdragen aan economische ontwikkeling, vooral door het toenemende toerisme.

Om tegemoet te komen aan de zorgen die leven in de regio, heb ik aangeboden om in een convenant bovenstaande nog eens te bekrachtigen. Dit aanbod is meegenomen in de beraadslagingen die hierover in de regio hebben plaatsgevonden en dit is positief gewaardeerd. Het convenant dient te worden uitgewerkt en bekrachtigd met de regionale overheden. Ook andere partijen zullen worden uitgenodigd bij het opstellen van het nominatiedossier. Voorafgaand aan de conferentie zal ik de voorzitters van het Samenwerkingsverband De Eilanden, de Vereniging van Waddenzeegemeenten en de Stuurgroep Waddenprovincies een verklaring doen toekomen waarin ik het aanbod om te komen tot een convenant nog eens tot uitdrukking breng.

Mijn inzet blijft om gezamenlijk een stap voorwaarts te zetten op deze conferentie. Duitsland lijkt inmiddels ook te kunnen instemmen met de voorgestelde lijn. In Denemarken is de situatie nog onzeker, omdat daar alle aandacht uitgaat naar de oprichting van een pilot Nationaal Park voor de Waddenzee. Daarom is de mogelijkheid om te komen tot een gefaseerde aanmelding nu onderwerp van discussie, waarbij voor Nederland geldt dat van een 'Alleingang' geen sprake mag zijn.

Waddenzeeforum(§9 t/m 13)
Het belang van het proces dat tot stand is gekomen in het Waddenzeeforum, met vertegenwoordigers van alle relevante belangengroeperingen in het Waddengebied onder leiding van de Commissaris van de Koningin in Fryslân, de heer Nijpels, wordt breed gedragen. Een aantal aanbevelingen van het Forum heeft direct een plaats gekregen in deze conceptverklaring. Ook over de continuering van het Forum voor de komende periode is ambtelijke overeenstemming.

Met Duitsland en Denemarken is afgesproken om direct na de conferentie samen met het Waddenzeeforum na te gaan wie verantwoordelijk is voor implementatie, binnen welke tijdspad en welke kosten daarmee zijn gemoeid. Daarmee heeft het Actieplan een goede vertaling gekregen in de concept ministeriële verklaring.

De Nederlandse inzet is om de werkzaamheden van het Waddenzeeforum te continueren en te faciliteren en om direct na de conferentie samen met de leden van het Waddenzeeforum afspraken te maken over de implementatie van de acties uit het Actieplan.

Scheepvaart (§14 t/m 17)
Samen met deskundigen vanuit het Waddenzeeforum en de betrokken ministeries in de drie landen is de voortgang van de eerder gemaakte trilaterale afspraken omtrent scheepsveiligheid en de aanbevelingen van het Waddenzeeforum geëvalueerd. De resultaten zijn integraal opgenomen in een annex van de conceptverklaring. De conceptverklaring zelf beschrijft de meest specifieke zaken die in trilateraal verband spelen.

Klimaatsverandering, zeespiegelstijging en kustverdediging (§18 en 19)
Erkend wordt dat klimaatsverandering mogelijk verstrekkende gevolgen kan hebben voor de Waddenzee. Door de trilaterale werkgroep kustverdediging en zeespiegelstijging is onderzoek is verricht naar de meest milieuvriendelijke vorm van kustverdediging. Het onderzoek van deze werkgroep zal worden gecontinueerd.

Aanleg windturbineparken (§20 en 21)
De drie landen hebben al eerder afgesproken dat er geen windturbines geplaatst mogen worden in de Waddenzee. In de directe omgeving van de Waddenzee is echter sprake van een toenemend aantal windmolenparken of plannen daartoe. De inzet van Nederland is om de territoriale zee in de directe nabijheid van de Waddenzee te vrijwaren van nieuwe windmolenparken. Op ambtelijk niveau is trilateraal inmiddels afgesproken dat zowel om ecologische en landschappelijke redenen, als vanwege scheepsveiligheid, nieuwe windmolenparken in deze territoriale zee die nog niet gepland zijn, moeten worden voorkomen.

Trilateraal monitorings- en evaluatieprogramma (§22, 23 en 24)
De drie landen hebben ambtelijk ingestemd met een revisieproces, waarbij gekeken wordt in hoeverre het bestaande programma geschikt is voor de verplichtingen vanuit de EU-richtlijnen. Afhankelijk van de uitkomsten van dit revisieproces zal bekeken moeten worden in hoeverre binnen de bestaande budgetten voldaan kan worden aan de vereisten voortkomend uit het Wadden Sea Plan en de EU-richtlijnen.

Samenwerking West Africa (§25)
In vervolg op de eerder samenwerking met Guinea Bissau op het gebied van monitoring en management van kustgebieden die van belang zijn voor trekvogels uit de Waddenzee, wordt voorgesteld om te komen tot een samenwerkingsverband met 6 West-Afrikaanse landen die gezamenlijk één mariene ecoregio vormen. Dit voorstel wordt vanuit Nederland ondersteund.

Voortzetting samenwerking (§26 t/m 30)
Vanwege het belang om de jeugd te betrekken bij de bescherming van de Waddenzee, is er brede waardering voor het 'International Wadden Sea School project' (IWSS). Een vervolg van het IWSS wordt door Nederland ondersteund.

Daarnaast zal, net als in de afgelopen periode de bevolking in de Waddenregio nadrukkelijk worden betrokken bij het vervolg van de trilaterale samenwerking.

Voor een mogelijk meer verplichtende samenwerking in de vorm van een conventie of internationaal park, lijkt in Denemarken en in Duitsland op dit moment geen draagvlak te bestaan. De Nederlandse inzet is om nader onderzoek te verrichten naar de gewenste vorm van samenwerking.

Het concept beleidsevaluatierapport (bijlage)
In dit rapport wordt met name aandacht geschonken aan het ecosysteem van de Waddenzee en worden richtingen aangegeven hoe verder te gaan ten behoeve van de gewenste ecosysteem-ontwikkeling.

Voor de ecologische beoordeling van de staat van de Waddenzee, wordt de systematiek van het trilaterale beheerplan, het Wadden Sea Plan '1997', gevolgd. Voor ieder ecologisch Doel wordt de voornaamste aanbeveling om dat Doel te bereiken aangegeven. Vervolgens wordt een overzicht en evaluatie van de actuele staat van het gevoerde beleid en beheer van de Waddenzee gegeven. Deze evaluatie leidt tot de eindconclusie dat de trilaterale samenwerking zich de komende periode vooral op twee sporen zou moeten richten, namelijk op de verdieping van de trilaterale samenwerking, met name door het nauwer samenwerken bij de implementatie van de EU/richtlijnen, en op de verbreding ervan voor wat betreft het ondersteunen van de duurzame ontwikkeling van de Waddenzee regio. Voor dit laatste punt is het werk van het Waddenzeeforum van groot belang gebleken.

Vanwege het evidente belang dat wordt toegekend aan dit rapport, wordt het specifiek genoemd in de conceptverklaring.

Vervolgtraject
De resultaten van de conferentie zal ik u na afloop van de conferentie toezenden.

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
dr. C.P. Veerman