 Het nationale beleid in de drie landen voor het terugbrengen van de aanvoer van nutriënten en gevaarlijke stoffen is in overeenstemming met het beleid van de Noordzeeconferenties, OSPAR en de Europese Unie. Dit beleid heeft geleid tot een forse daling in de hoeveelheid van een flink aantal stoffen in de Waddenzee.
Omdat er nog steeds problemen zijn zal het beleid moeten worden voortgezet waardoor in de toekomst de aanvoer van stoffen, waar dan ook vandaan, nog verder wordt teruggedrongen en de Doelen verder worden uitgevoerd.
In dit opzicht zal de geharmoniseerde uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water en de OSPAR-strategie om eutrofiering tegen te gaan speciale aandacht moeten krijgen.
Wat stikstof betreft zijn niet alleen de Nitraatrichtlijn en de Richtlijn voor gemeentelijk afvalwater van belang maar ook het beleid voor het terugbrengen van aanvoer van stikstof via de lucht. Dit laatste werd onderstreept in het project ”Specifieke eutrofiëringcriteria voor de Waddenzee” (Zie tekst Esbjerg WP project 2.2.1).
Volgens dit project moet de hele Waddenzee worden beschouwd als een probleemgebied wat eutrofiëring betreft. De uitkomst van het project zal gebruikt worden door de relevante OSPAR groepen en/of de Trilaterale Werkgroep voor nadere beschouwing. De belangrijkste resultaten zullen worden opgenomen in de Verklaring aan de vijfde Noordzeeconferentie. In verschillende onderzoeken zijn betrekkelijk hoge concentraties pesticiden aangetroffen. Dit zal op de Noordzeeconferentie naar voren moeten worden gebracht als reden voor een oproep om het gebruik verder te beperken.
Download de verklaring van Esbjerg (pdf, 252 kb)
Bron: Verklaring van Esbjerg
Datum: 17 november 2005
|