 De overheid heeft voor een groot aantal stoffen landelijk normen opgesteld voor de maximale concentratie in water en waterbodem. Er wordt onderscheid gemaakt tussen streef-, grens-, toetsings- en interventiewaarden.
Streefwaarden en grenswaarden Streef- en grenswaarden zijn afgeleid van wat we weten over de risico's die de stoffen meebrengen voor organismen in zoetwater. Aangenomen wordt dat organismen in zout water dezelfde gevoeligheid voor verontreinigende stoffen hebben. De streefwaarden voor zoetwater gelden ook voor de Waddenzee en de Noordzee. Streefwaarden geven de gewenste eindsituatie aan. Ze zijn voor een klein aantal stoffen, zoals metalen en PAK's, vergelijkbaar met natuurlijke achtergrondwaarden. De overheid wil in 2010 het streefwaardeniveau bereiken voor de concentraties van stoffen in water en bodem. Grenswaarden geven aan welke water- en bodemkwaliteit binnen een bepaalde termijn in zoete wateren gerealiseerd moet zijn. De grenswaarde mag het Maximaal Toelaatbare Risiconiveau niet overschrijden. Ze gelden niet voor zoute wateren, maar wel voor de overgangszones van zoet naar zout water.
CTT-toets
In de vierde Nota waterhuishouding is een nieuwe kwaliteitstoets aangekondigd voor de beoordeling van de verspreidbaarheid van baggerspecie in zoute wateren. Deze toets, de zogenaamde Chemie-Toxiciteit-Toets (CTT), is vanaf juni 2004 formeel van kracht door publicatie in de Staatscourant. In de CTT, die de gangbare Uniforme Gehalte Toets (UGT) voor baggerspecie vervangt, wordt sterker rekening gehouden met de biologische effecten van het verspreiden van zoute baggerspecie en de belasting van het zeemilieu.
Schelpdierwaterkwaliteit
Andere eisen die aan de waterkwaliteit worden gesteld zijn onder andere vervat in de norm schelpdierwater. Het hele Waddenzeegebied, met uitzondering van het Eems-Dollard estuarium, valt onder de EG-richtlijn schelpdierwater. De Europese Commissie wil dat de lidstaten, zes jaar nadat een gebied de functie schelpdierwater heeft gekregen, verslag uitbrengen over de kwaliteit van het water. De EG ontwikkelt op dit moment nieuwe richtlijnen voor de schelpdierwaterkwaliteit. Zwemwaterkwaliteit
Voor de kwaliteit van zwemwater bestaat een vergelijkbare norm. Zwemwater wordt vooral onderzocht op de aanwezigheid van de zogeheten fecale colibacterie. Deze bacteriën kunnen ziekteverwekkend zijn en geven vaak ook aan dat er andere ziekteverwekkende bacteriën in het water voorkomen. De norm voor zwemwater luidt is dat er maximaal drie bacteriën per milliliter in het zwemwater mogen zitten. Daarnaast is ook de zintuiglijke waarneming (kleur, geur en doorzicht etc.) van het water van belang.
Milieunormen in perspectief
De Commissie Integraal Waterbeheer (CIW) heeft in september 2002 de korte notitie Milieunormen in Perspectief opgesteld. In de notitie wordt onder meer ingegaan op de verschillende typen normen en op hun onderlinge relaties. Met nadruk zij gesteld dat het hier slechts gaat om een globaal overzicht; het onderwerp normstelling is te complex om alle nuanceringen in zo'n kort bestek weer te geven. Voor een uitgebreide toelichting op de in het waterbeheer gehanteerde normen wordt dan ook verwezen naar de CIW-nota 'Normen voor het waterbeheer' van mei 2000.
Bron: CIW / RIKZ
datum: 15 september 2006
|